Schietproef

Om de veiligheid op de 25m-schietstand te verbeteren en de kwaliteit van haar schutters te kunnen garanderen, hanteert De Merodeschutters Turnhout vzw een praktische schietproef bovenop de wettelijk voorziene theoretische en praktische proeven. Aan de hand van deze proef bewijst de schutter dat hij/zij in staat is een wapen veilig te hanteren en verschillende schoten kan groeperen.

Schutters zonder licentie
Nieuwe schutters starten sowieso met luchtdrukwapens. Afhankelijk van welk type wapens de schutter wenst te hanteren op de 25m-schietstand, dient hij/zij de proef af te leggen met luchtgeweer en/of -pistool.

De schietproef houdt in dat er op 3 reeksen van telkens 10 schoten gegroepeerd moeten worden binnen een redelijke diameter. Deze is vastgelegd op 4.5 cm voor luchtgeweer (de grootte van de buitenste doelcirkel) en 9 cm voor luchtpistool (de diameter van een doosje loodjes + 2 cm). De groepering hoeft niet volledig in het midden van de kaart te zitten. De evaluatie gebeurt met behulp van de beschikbare meetinstrumenten en eventueel camerabeelden. Zo wordt de schutter onmiddellijk op de hoogte gesteld van het resultaat van zijn/haar schietproef.

De schutter maakt voor zichzelf uit wanneer hij/zij trefzeker genoeg is om de proef af te leggen. Om in te schrijven laat de schutter 3 luchtpistoolkaarten of 1 luchtgeweerkaart aftekenen met naam, datum en handtekening bij de dagverantwoordelijke. De schietkaarten van een geslaagde proef worden bewaard in het ledendossier van de schutter.

Schutters met licentie
Ook schutters met een licentie dienen vooraf te bewijzen dat ze een wapen veilig kunnen hanteren en een aanvaardbare groepering kunnen vormen. Deze proef wordt afgenomen door een verantwoordelijke en met het/de vuurwapen(s) van het nieuwe lid.

De verantwoordelijke zal de schutter tijdens het schieten enkele situaties voorleggen waaruit kennis van de veiligheidsregels moet blijken. De verantwoordelijke beoordeelt de schietproef soeverein en maakt hiervan een verslag op. Een tweede opinie kan gedaan worden met behulp van camerabeelden.

Wanneer de schutter niet geslaagd is voor de proef, wordt hij/zij verwezen naar de 10m-schietstand. Het traject voor nieuwe schutters zoals hierboven beschreven dient dan gevolgd te worden.